18de Geschiedkundig Treffen van Gerardimontium

Op zondag 9 november 2014 om 10.30 uur, waren welgeteld 131 gelijkgestemden ingegaan op de uitnodiging voor Gerardimontiums jaarlijks Geschiedkundig Treffen. En net als vorig jaar had dit plaats in Villa Wilson. Op het programma de uitreiking van het Eremerk Graaf Boudewijn , voorafgegaan door de voorstelling door Dirck Surdiacourt van het boek “De Schwartz dagen van Geraardsbergen. Een kleine stad in Den Grooten Oorlog.” Dit boek van 480 bladzijden is het nummer 7 uit de Gramaye-reeks en brengt het verhaal van hoe Geraardsbergen en de Geraardsbergenaars de oorlog 1914-1918 beleefden. Het is het werk van zeven auteurs verenigd in één werkgroep, met name Jan Coppens, Freddy De Chou, Jacques De Ro, Dirck Surdiacourt (projectleider), Rik Van Damme, Yannick Van Lierde en Marc Van Trimpont. De eindredactie werd verzorgd door Jacques De Ro en Dirck Surdiacourt. Vormgeving en opmaak nam Jan Coppens op zich. Precies om 10.30 uur klonken de tonen van het Intermezzo uit de opera Cavalleria Rusticana van de Italiaanse componist Piettro Mascagni. Deze opera werd voor het eerst opgevoerd in 1890 en gaat over een jonge man die zijn verloofde verloor. Hun relatie bleek niet bestand tegen de langdurige afwezigheid van de jongeling die militaire dienst moest doen. Maar het verhaal van deze onfortuinlijke soldaat was eigenlijk niet de reden waarom dit muziekstuk werd gespeeld. Toen Gerardimontium-voorzitter Filip van Trimpont de aanwezigen verwelkomde, onthulde hij het waarom. Hij wist namelijk te vertellen dat dit Intermezzo bij feestelijke gelegenheden werd opgevoerd door een militaire blaaskapel in het opleidingskamp van Auvours in Frankrijk en hij steunde hiervoor op het getuigenis van zijn eigen grootvader die er in 1916 een opleiding had gevolgd van brancardier. Na de begroeting van de aanwezigen en na de voorstelling van Dirck Surdiacourt door de voorzitter, zal Jan Coppens, zoals het een protocolmeester past, het hele gebeuren verder in goede banen leiden.

In zijn verhelderende powerpoint-presentatie over “De Schwartz dagen van Geraardsbergen” schonk Dirck Surdiacourt, alvorens de schijnwerpers te richten naar wat zich in Geraardsbergen had afgespeeld, ook ruim aandacht aan de historiek van de krijgsverrichtingen te velde waarbij hij belangrijke momenten nader toelichtte.

Na Dircks voortreffelijke en overvloedig geïllustreerde uiteenzetting, volgde het traditionele hoogtepunt van het Geschiedkunig Treffen met de uitreiking door voorzitter Van Trimpont van het Eremerk Graaf Boudewijn aan Luk Beeckmans, de laureaat 2014. Jan Coppens deed lezing van de oorkonde met onder meer de verantwoording vanwege het bestuur van Gerardimontium. Na de overhandiging van de mooi ingelijste oorkonde, richtte de laureaat een woord van dank tot het bestuur van Gerardimontium voor de blijk van waardering. “Dit Eremerk krijgt een bijzondere plaats in mijn huis. Ik zal het koesteren”, aldus Luk.

Zoals steeds werd ook bij dit Geschiedkundig Treffen tijdsgebonden muziek ten gehore gebracht. Hiervoor hadden we een beroep gedaan op Didier Heggerick .Onder accordeonbegeleiding vertolkte hij 3 soldatenliederen uit die tijd en, voor de gelegenheid, had hij zich in een militair ogend plunje gestoken. Het eerste liedje ging over een soldaat, Robert genaamd, die aan het front blind geworden is door mosterdgas. Zijn verloofde Lena, zegt hem onomwonden dat ze geen toekomst meer ziet voor hen en dat het geplande huwelijk niet kan doorgaan. Hardvochtig, maar begrijpelijk in een tijd waar de man de kostwinner was. Trouwen met een blinde was zichzelf veroordelen tot levenslange armoede en ellende! Robert legde zich dan ook neer bij het besluit van zijn geliefde met de woorden: “Ik zal ‘t aanvaarden als was ‘t ene straf, ik draag uw beeltenis met mij in het graf”. Het tweede had als titel “De verlaten Jeanne Elisabeth Schrapnel”. Het is het verhaal van een 2-jarig meisje dat door enkele soldaten werd gered uit een afgebrand huis, waarna ze het tot het einde van de oorlog koesterden in de hoop later nog overlevende familieleden terug te vinden. Vermoedelijk wist het kind niet hoe het heette of kon het nog niet of niet meer spreken, zodat de soldaten het Schrapnel noemden naar Henry Shrapnel, de ontwerper van een soort granaat gevuld met loden of stalen kogels. Het derde en laatste liedje heette “Sale cochon” of smerig varken. Het is een venijnige parodie op het bekende La Madelon. De oorlog is voorbij, maar alle opgekropte woede komt ineens tot uitbarsting. De tirannen van wie men doodsbang was geweest krijgen de volle laag, en niet alleen verbaal. Die volkswoede vinden we ook terug in tal van liedjes die na de oorlog het licht zagen. We gaan er dus van uit dat “Sale Cochon” dateert van eind 1918, begin 1919. Het optreden van Didier genoot grote bijval, dit bleek onder meer uit de graadmeter van het applaus.

Dit geslaagde 18de GeschiedkundigTreffen werd, als naar gewoonte, afgerond met een feestelijke receptie tijdens dewelke het boek “De Schwartz dagen van Geraardsbergen” kon worden afgehaald of aangekocht .

Copyright © 2016 Gerardimontium en Johnny Van Bavegem. Alle rechten voorbehouden.
Gerardimontium, Geraardsbergse vereniging voor lokale geschiedenis | Guilleminlaan 103 – 9500 Geraardsbergen - tel.: 0476.70.13.92 | info@gerardimontium.be