|
Naar aanleiding van de viering van het tienjarig bestaan van Gerardimontium, besliste het bestuur een
onderscheiding in het leven roepen om zijn waardering te uiten voor
personen of verenigingen die zich op een of andere manier actief bezig
houden of hielden met de geschiedenis van Geraardsbergen (en deelgemeenten
vanzelfsprekend) en die zich bovendien verdienstelijk hebben gemaakt op
het vlak van de verspreiding van de kennis van ons lokaal verleden of voor
het behoud van het Geraardsbergs cultuurhistorisch erfgoed. Geschiedenis
moet hier worden geïnterpreteerd in de ruimste betekenis van het begrip.
Met andere woorden, het gaat om activiteiten van geschiedschrijvers,
verzamelaars, journalisten, verenigingen in verband met folklore, musea,
archiefbeheer, enz. Worden evenwel uitgesloten personen wier mogelijke
verdiensten uitsluitend voortvloeien uit hoofde van de uitoefening van een
politiek mandaat.
Deze onderscheiding kreeg de naam Eremerk Graaf Boudewijn, ter herinnering
aan de stichting van de stad Geraardsbergen in 1068-1070 door Boudewijn
VI, graaf van Vlaanderen. Ze bestaat uit een verpersoonlijkte en met
redenen omklede oorkonde, in A3-formaat en in kleur, waarop de beeldenaar
van Boudewijn VI (naar Sanderus) en het wapenschild van het "Oude
Vlaendren" prijken.
Het Eremerk Graaf Boudewijn wordt ter gelegenheid van een
"Geschiedkundig
Treffen" jaarlijks toegekend en uitgereikt aan maximum drie personen of
verenigingen en voor het eerst op 3 juni 2007 tijdens de academische
zitting ter gelegenheid van de tweede lustrumviering van de Kring.
LAUREAAT jaar 2011
Albert Schrever (°1945) uit Geraardsbergen

Verantwoording :
Voor de meeste Geraardsbergenaars is Albert Schrever een man die zeer veel
weet over hun stad. Dit zal geen verwondering baren voor wie iets of wat
vertrouwd is met het veelzijdige curriculum van de laureaat. Een vluchtige
blik volstaat om zijn verbondenheid te ontdekken met de Nederlandse taal
en met zijn stad Geraardsbergen. Het gaat om een band die doet denken aan
een platonische liefde en hij streelt beide “geliefden” met de kennis van
een vakman en de gedrevenheid van een hartstochtelijk minnaar.
Doctorandus in 1968 met een licentiaatsdiploma Germaanse filologie ter
bekroning van zijn scriptie “Bijdrage tot de geschiedenis van de
Geraardsbergse persoonsnamen in 1374 en 1417”, gaat hij na een
tienjarige ervaring als leraar in het hoger middelbaar onderwijs, nieuwe
wegen bewandelen, namelijk deze van de media. Net als Multatuli wou hij
gelezen worden en net als deze grote Nederlandse letterkundige had hij een
en ander te vertellen en daarvan getuigen zijn talloze degelijk
onderbouwde publicaties. Verspreid via vaktijdschriften en via
gevulgariseerde kanalen zowel van de gesproken als de geschreven pers,
zoals Radio 2 van de vrt, Het Nieuwsblad, De Beiaard en ’t
Spuwerke, reikte hij vooral bijdragen aan over lokaal-taalkundige en
lokaal-historische themata. Een te vermelden bijzonderheid m.b.t. Alberts
publicaties over meer bepaald het Geraardsbergse dialect is de invalshoek
waarmede hij spontaan zijn onderwerpen behandelt. Voor hem zijn lokale
geschiedenis en lokaal taalgebruik of dialect dermate verstrengeld dat ze
in wezen zo goed als een eenheid vormen. Deze invalshoek komt duidelijk
aan de oppervlakte bijvoorbeeld in zijn studie “Geraardsbergen, zijn
taalgebruik & zijn taaleigen”, die in 2004 werd uitgegeven door de stad
Geraardsbergen.
Albert is ook nog auteur of mede-auteur van meerdere geschiedkundige
boeken over of in verband met zijn geboortestad. Zo publiceerde hij in
1988 “L. Bert-De l’Arbre en de neogotiek in Geraardsbergen”, werkte
hij in 2000 samen met Martine Pieteraerens voor de uitgave van de studie “Neogotisch
Geraardsbergen” en nog in datzelfde jaar met Marc van Gysegem voor de
realisatie van het boek “Désiré Declercq, pictorialist-documentarist:
notaris-fotograaf, Geraardsbergen 1842-1923”. Daarnaast en daarbovenop
verleende Albert vaak een daadwerkelijke steun bij initiatieven genomen
door anderen, zoals bijvoorbeeld in 2007 voor Ivo Mariëns boek “Kroniek
van Geraardsbergen, een vogelvlucht door het verleden”.
Kortom, het Geraardsbergse cultuurhistorisch landschap is voor Albert als
een thuis.
LAUREATEN jaar 2010
Louis (°1951) en Anne-Marie (°1953) De Cock-Vanden Herrewegen uit Geraardsbergen
(Viane)

Verantwoording :
Het echtpaar De Cock-Vanden Herrewegen is jarenlang actief geweest als
leraar Frans respectievelijk Nederlands en Engels in het hoger middelbaar
onderwijs. Beiden hebben zowel tijdens hun leraarschap als nadien een
betekenisvolle bijdrage geleverd tot een betere kennis van onze
plaatselijke geschiedenis en tot de verspreiding ervan, soms samen met
historicus Geert Van Bockstaele.
Ze hebben meerdere gezaghebbende publicaties op hun naam. Zo kreeg
Anne-Marie in 1975 de Prijs voor Volkskunde van de provincie
Oost-Vlaanderen voor haar studie “Sagenonderzoek op het grensgebied van
Oost-Vlaanderen, Brabant en Henegouwen”. In het kader van de fusie van de
gemeenten, publiceerdeze in 1977 “Geraardsbergen volkskundig bekeken in
sagen, legenden, liederen, gebruiken, volksrecht en volkskunst”, zodoende
inspelend op de actualiteit. Louis van zijn kant legde zich toe op
dialectologie en werd in 1976 gelauwerd door de Société de langue et de
littérature wallonnes voor zijn publicatie “Le vocabulaire du charron dans
la région de Soignies”. Zijn aandacht ging echter ook naar het lokaal
Vlaams dialect en dit jaar publiceerde hij “Van achterwoeërèsse tot
Zwiesjke” waarin hij het dialect vastlegde dat gesproken wordt in Viane en
Moerbeke.
Louis en Anne-Marie zijn, samen met Geert
van Bockstaele, auteur van het het naslagwerk “Van scholaster tot
principaal. Het Sint-Catharinacollege van Geraardsbergen en zijn
voorgeschiedenis (1437-1989)” (1990). Van hun drieën verschenen ook nog
“Moerbeke-Atembeke. Dit dorp, ik weet nog hoe het was” (1983); twee jaar
nadien volgde “Viane. Tussen kerken, kloosters en kastelen...” (1985) en,
in 1994, Krakelingen en Tonnekensbrand te Geraardsbergen, een eeuwenoud
verhaal, boek dat bekroond werd met de Wilfried Grauwelsprijs.
En last but not least mogen Louis en Anne-Marie zich peter en meter noemen
van het in 1984 opgerichte Krakelingencomité dat erin is geslaagd het
Geraardsbergse verleden dichter bij het publiek te brengen.
Geert Van Bockstaele (°1940) uit Zottegem
Verantwoording :
Het is onbegonnen werk, binnen het bestek van deze verantwoording, een
overzicht te geven van de geschiedkundige publicaties van Geert van
Bockstaele. In 1966 werd hij beheerder van de historische vereniging “Het
Land van Aalst” en hij zal dit gedurende een 40-tal jaren blijven. In het
gelijknamige tijdschrift verscheen van zijn hand een indrukwekkend aantal
artikels, vaak over of in verband met Geraardsber gen,
zijn geboortestreek. Zijn publicaties over de Sint-Adriaansabdij, met in
2002 als laatste in de rij “Het cultureel erfgoed van de
Sint-Adriaansabdij van Geraardsbergen.1096-2002”, maakten van
hem een autoriteit op dit gebied. Een decennialange misvatting omtrent de
datum van inplanting van deze benedictijnenabdij kon door hem worden
rechtgetrokken. In diezelfde context was hij in 1997 mede-auteur van de
studie “De glans van Cîtaux in de Nederlanden. 900 jaar
cisterciënzerabdijen 1098-1998”, waartoe onder meer de
Onze-Lieve-Vrouwabdij van Beaupré in Grimminge behoorde.
Geert is, samen met Anne-Marie Vanden
Herrewegen en Louis De Cock, auteur van het het naslagwerk “Van scholaster
tot principaal. Het Sint-Catharinacollege van Geraardsbergen en zijn
voorgeschiedenis (1437-1989)” (1990). Van hun drieën verschenen ook nog
“Moerbeke-Atembeke. Dit dorp, ik weet nog hoe het was” (1983), gevolgd
door “Viane. Tussen kerken, kloosters en kastelen...” (1985) en, in 1994,
Krakelingen en Tonnekensbrand te Geraardsbergen, een eeuwenoud verhaal,
boek dat bekroond werd met de Wilfried Grauwelsprijs.
In 1997 werd hij door het Oost-Vlaams Verbond van de Kringen voor
Geschiedenis onderscheiden met de “Frans De Potter & Jan Broeckaertprijs”
voor zijn gezamenlijk werk dat sindsdien nog flink is aangegroeid onder
meer met de inventarisatie van vooralsnog meer dan 100 kerkarchieven uit
het bisdom Gent. En last but not least is Geert sinds 1991 een van de
steunpilaren van het Krakelingencomité dat erin is geslaagd het
Geraardsbergse verleden dichter bij het publiek te brengen. Kortom, wie
“geschiedenis van Geraardsbergen” zegt, denkt meteen ook aan Geert van
Bockstaele.
LAUREATEN jaar 2009
Krakelingencomité Geraardsbergen

Legende bij de foto : Het Krakelingencomité anno 2009. V.l.n.r. :
Anne-Marie Vanden Herrewegen, Louis De Cock, Linda Delplace, Geert Van
Bockstaele (helemaal vooraan), Filip De Temmerman, Fredrika Schollaert,
Chris Van Heghe, schepen Eric Spitaels, Johan Lauwaert.
Verantwoording :
Opgericht zowat 20 jaar geleden onder impuls van Eric Spitaels, schepen
voor feestelijkheden en met als medestanders van het eerste uur Louis De
Cock en echtgenote Anne-Marie Vanden Herrewegen, dadelijk versterkt met de
inbreng van Geert Van Bockstaele, is dit comité vandaag uitgegroeid tot
een slagkrachtig team van negen leden met uiteenlopende achtergronden.
Vooreerst heeft het een zieltogende Krakelingenstoet nieuw leven
ingeblazen. Het heeft hierbij niet de gemakkelijke weg gekozen die er in
bestaat genoegen te nemen met een lichtvoetige toeristische bedoening. Er
werd integendeel vakkundig tewerk gegaan, ervan uitgaande dat de stoet de
historische waarachtigheid diende weer te geven. Zodoende heeft het Comité
de geschiedenis van Geraardsbergen dichter bij de bevolking gebracht.
Ondanks beperkte financiële middelen werd voor vernieuwing gezorgd onder
meer door het inschakelen van thematische taferelen jaar na jaar. Een en
ander heeft zich vandaag vertaald in een indrukwekkende historische stoet
die telkenjare meer en meer belangstelling geniet.
Naast de organisatie van deze alombekende stoet, heeft het Comité zich ook
op ander vlak doen gelden. Zo werd voor het Krakelingenfeest anno 1993 de
stadskeure hertaald en publiceerden de drie hogervermelde comitéleden in
1994 het boek "Krakelingen en tonnekensbrand in Geraardsbergen". Verder
ijverde het voor nationale en internationale waardering. De inspanningen
werden beloond want in 2008 werd het Krakelingenfeest door Vlaanderen
erkend als "immaterieel erfgoed". Daarop werd het stevig onderbouwde
erkenningsdossier neergelegd bij de Unescozetel in Parijs met hoop op zege
en op internationale erkenning.
Kortom, het Comité heeft als behoeder, promotor en organisator van het
Geraardsbergse Krakelingengebeuren de passende initiatieven genomen om de
levenskansen ervan veilig te stellen.
Broederschap van het Geraardsbergse Manneken-Pis

Legende bij de foto : De wereldburger van Geraardsbergen
Verantwoording :
Gesticht in 1984 onder impuls van en door Jacques Flamant, samen met Olav
Geerts, schepen Ernest Daver, Eric Bartels, Raf Van Mello en Adam
Verschaffel, heeft de Broederschap zich van meetaf aan opgeworpen èn
ontpopt als de speerpunt in de ontvoogdingsstrijd van het Geraardsbergse
Manneken-Pis.
Het begrip "ontvoogdingsstrijd" is hier helemaal op zijn plaats. Na sinds
1459 en dit gedurende bijna vier eeuwen, te hebben gefungeerd gewoon als
waterspuier in het kader van de toenmalige watervoorziening van vele
Geraardsbergenaars uit de bovenstad, leidde het manneken een lethargisch
bestaan terwijl zijn achterneefje uit Brussel, geboren in 1619, volop zijn
public relations ter harte nam en inmiddels wereldbekendheid verwierf.
De Broederschap liet geen enkele gelegenheid voorbij gaan om folklore met
geschiedenis te verzoenen door haar plassertje te situeren tegen de
achtergrond van de middeleeuwse waterbedeling in de stad. Dit is dan haar
bijdrage tot de verspreiding van de kennis van ons lokaal verleden.
Bovendien heeft ze haar pleegkind uit het isolement gehaald en, in een
tijdspanne van nauwelijks 25 jaar, van het Geraardsbergse Manneken-Pis een
wereldburger gemaakt want ze is erin geslaagd het guitig lattoenen
pismanneken op de kaart van de bewoonde wereld te zetten.
LAUREATEN jaar 2008
Etienne BORREMANS (°1924) uit Geraardsbergen
Verantwoording :
Is sinds de jaren 1970 als vrijwilliger al begaan met archeologie en
oudheidkunde in Geraardsbergen.
Deed toen zijn eerste opgravingen en verraste, zijn resultaten
samenvattend, menig historisch geïnteresseerde met zijn bekend referaat
Geraardsbergen ouder dan je denkt.
Mede onder zijn impuls ontstond vervolgens de Werkgroep Archeologie
Geraardsbergen die aan de rand van de Sint-Adriaansabdij een aantal
afvalkuilen uit de 16de en 17de eeuw blootlegde evenals sporen van een
17de-eeuwse klokkengieterij.
Was er steeds als de kippen bij wanneer grote infrastructuurwerken werden
aangekondigd, wat het hem meestal mogelijk maakte een preventieve
noodopgraving uit te voeren. Zo bijvoorbeeld in de Bokerstraat en in de
Steenstraat waar de geleverde inspanning werd bekroond met de vondst van
een gieterij voor pelgrimsinsignes van de H. Adrianus, of nog de
opgravingen op de site van het Begijnhof, in de tuinen van het Volkshuis,
op de site genoemd Huis Van Waesberghe waar een 13de/14de-eeuwse kelder
met ingegraven vloerniveau aan de oppervlakte kwam, e.a..
Heeft daarbovenop nog talrijke publicaties op zijn actief.
Kortom, hij is een pionier op het vlak van de archeologie en oudheidkunde
in Geraardsbergen.
Roger FLAMANT (°1932) uit Geraardsbergen
Verantwoording :
Stammend uit een geslacht van brood- en banketbakkers, zette hij de
familietraditie voort en is hij sinds 1986 voorzitter van de Koninklijke
Brood- en Banketbakkersbond van Ger aardsbergen
en omliggende.
Was in 1979 medestichter van Broederschap van de Geraardsbergse
Mattentaart waarvan hij Prince is sinds 1995. In die hoedanigheid gedroeg
hij zich als de bewaker van de kwaliteit van de Geraardsbergse
delicatesse.
Is samen met zijn echtgenote Irène de Smet de spilfiguur bij de
organisatie van de jaarlijkse Dag van de Mattentaart die voor het eerst
plaats vond in 1980.
Blijk gevend van visie en van een onwrikbaar geloof in het unieke karakter
van de Geraardsbergse Mattentaart, ontpopte hij zich als de drijvende
kracht achter het promoten van "zijn troetelkind". Zijn onverdroten ijver
in dit verband werd bekroond met een officiële Europese erkenning wat de
Geraardsbergse Mattentaart op 16 februari 2007 het label bezorgde van "Beschermde geografische aanduiding (BGA)". Deze primeur voor Vlaanderen
overtuigde het bestuur van "Heemkunde Vlaanderen vzw" de Broederschap tot
laureaat te kiezen voor de het "Joachim Beuckelaar-eremerk 2007", zo
genoemd naar de 16de-eeuwse Antwerpse genreschilder van onder meer
keukentaferelen. Deze hoge onderscheiding geldt als een erkenning van de
verdiensten van de Broederschap onder impuls van haar Prince, voor het
behoud van ons culinair erfgoed.
Herman MERCKAERT (1940) uit Geraardsbergen
Verantwoording :
Tijdens zijn druk leven als aannemer groeide bij hem het besef dat sommige
ambachten dreigden v erloren
te gaan als gevolg van de technologische vooruitgang en dit nadat er de
voorbije decennia al meerdere beroepen waren verdwenen, en daarmede ook
het gereedschap eigen aan elk vak.
Overtuigd van de noodzaak het erfgoed ons nagelaten door diegenen die ons
voorgingen te bewaren voor het nageslacht, begon hij stilaan
gereedschappen te verzamelen van uitgestorven ambachten en teloorgaande
stielen.
In 2002 kocht hij doelbewust de Oude Mertensmolen aan, een gebouw gelegen
aan de Mark in de deelgemeente Viane en waarvan de geschiedenis teruggaat
tot het jaar 1293. Toen was er sprake van een olieslagmolen en daar zou
zijn inmiddels sterk aangegroeide verzameling alaam een thuishaven vinden.
Gedreven door een visionaire ambitie en blijk gevend van creativiteit
verbouwde hij de molen tot een veelzijdig museum waarin, naast het
molenaarsleven, zowel een twaalftal verloren gegane ambachten met hun
gereedschap als de levenswijze uit grootmoeders tijd zijn tentoongesteld
en uitgebeeld. Hij gaf zijn museum de veelzeggende naam t Aloam en op 1
juli 2006 stelde hij het open voor het publiek.
Deze realisatie is niet alleen een levenswerk tot persoonlijk genot van de
bezitter, het is bovendien een magnum opus waar hij de hele gemeenschap
deelachtig laat in zijn.
|